Formatieve assessment

hoe je leerlingen echt verder helpt in hun leerproces!

Op Wereldwijs zijn wij als team hard bezig om met de aanpak van formatieve assessment de kinderen hun medeverantwoordelijkheid  over hun leerproces te laten vergroten.

Veel leraren weten inmiddels dat leerlingen de beste resultaten boeken als ze niet leren voor een beoordeling, maar als voor hen zichtbaar is dát ze leren en wát ze leren. Leerlingen groeien als ze eigenaar worden van hun eigen leerproces. De vraag is alleen: hoe krijg je leerlingen zover?

Formatieve assessment is daarvoor een krachtige werkwijze. Formatief betekent dat je de prestaties van een leerling niet afzet tegen de resultaten van klasgenoten of een landelijke norm (dit is summatief), maar dat je kijkt naar de eerdere resultaten die deze leerling behaalde. Je richt je dus op de persoonlijke groei en ontwikkeling.

Formatieve assessment is het leren zichtbaar maken zonder dat een leerling meteen wordt afgerekend op zijn product. Het leerproces staat centraal.

Om dat te bereiken is het nodig dat leerlingen weten:

  • wat het leerdoel is: wat ga ik leren?
  • waar ze staan ten opzichte van dat leerdoel: wat kan/ken ik al en wat ga ik er nog bij leren?
  • en welke stappen ze kunnen zetten om dat leerdoel te bereiken: hoe pak ik het aan?

Maar het is te simpel om formatieve assessment te reduceren tot: maak het leerdoel helder en vertel wat leerlingen moeten doen. Onder formatieve assessment verstaan we een reeks processen waardoor leerlingen meer controle krijgen over hun leren en het beoordelen daarvan. Zo leren we onze leerlingen zichzelf van te voren in te schalen bij een bepaald leerdoel. Hiervoor maken we gebruik van een “groeiblad”.

Groeimindset

Zowel leraren als leerlingen dienen de overtuiging te hebben dat iedereen succesvol kan zijn. Dat betekent dat  Wereldwijs allereerst een groeimindset creëert.

Het is belangrijk dat leerlingen niet bang zijn om fouten te maken. In een school die altijd summatief beoordeelt, zijn veel leerlingen gericht op ‘het juiste antwoord geven’ en daarmee een goede score behalen. Ze vermijden fouten liever. Maar als je het leerproces centraal stelt, omarm je fouten juist. Fouten vormen een bron van informatie. Ze vertellen waar je staat ten opzichte van het leerdoel. Je weet meteen: hier valt nog iets te leren. Formatieve assessment kan dus alleen van de grond komen als leerlingen het vertrouwen hebben dat de mindset is op school:  “we  maken fouten  en van  fouten leer je veel.”

Leerlingen met een groeimindset weten ook dat hun leerhouding net zo belangrijk is als de vaardigheid of kennis die geleerd moet worden. Ze weten dat hersenen een orgaan zijn dat je net als een spier kunt trainen, en dat oefening kunst baart.

Deze leerlingen zijn zich ervan bewust dat doorzetten en blijven proberen onderdelen zijn van succesvol leren. Maar ook dat samenwerken belangrijk is, en nieuwsgierig zijn. Het is belangrijk om dergelijke metacognitieve vaardigheden aan te leren.

Meedoen

Wanneer er een goede basis is gelegd, is het zaak iedere leerling actief te laten leren. Een belangrijk middel om te zorgen dat iedereen meedoet, is dat leerlingen samenwerken met een klasgenoot.

Er is geen cultuur meer van ‘vinger opsteken’ in de klas, want dan is er slechts één leerling aan het woord. En het blijken vaak dezelfde leerlingen te zijn die telkens hun vinger opsteken. Door leerlingen in tweetallen te laten overleggen,wordt iedereen gedwongen mee te denken.

Wie koppel je aan elkaar? : koppel iedereen aan elkaar – ongeacht niveau – en laat zeer regelmatig van ‘maatje’ wisselen. Alle leerlingen kunnen van elkaar leren. Leerlingen die een sterker presterend praatmaatje hebben, krijgen nieuwe inzichten als ze horen hoe die ander de taak aanpakt. En leerlingen die een minder sterk presterende partner hebben, worden ‘uitleggers’. Daarmee verdiepen ze hun kennis.

Helder leerdoel en succescriteria

Het allerbelangrijkste om het leren zichtbaar te maken, is dat leerlingen in beeld hebben wat er van ze wordt verwacht. Als leraar maak je dus duidelijk wat het leerdoel is. Daarbij volstaat het niet om te melden dat het leerdoel ‘een goede spreekbeurt houden’ is. Want waar voldoet een goede spreekbeurt aan? Wanneer is het goed? Dat weten leerlingen vaak niet.

Splits je leerdoel daarom op in concrete succescriteria. Dat zijn de elementen waaraan de taak moet voldoen. Een succescriterium voor een spreekbeurt is bijvoorbeeld:

praat duidelijk. En: zorg dat al je spullen klaarliggen voordat je begint.

Zulke succescriteria kun je heel goed samen met leerlingen opstellen. Als je vooraf goede en minder goede voorbeelden laat zien van de taak die ze gaan uitvoeren, kunnen leerlingen prima aangeven wat de succescriteria zijn voor een spreekbeurt, maar ook voor een rekenopgave, een schrijfopdracht of een knutselwerkje.

Wanneer het leerdoel zo concreet omschreven is, wordt het leerproces bespreekbaar en controleerbaar. Aan welke succescriteria voldoet de leerling al? Wat ging er allemaal goed? En wat kan er nog beter? Leerlingen kunnen op deze manier ook zelf reflecteren op hun leerresultaten. Doordat ze kijken naar de succescriteria, kunnen ze tevens klasgenoten van waardevolle feedback voorzien. Dit kunnen ze al op heel jonge leeftijd!

Formatieve assessment vindt dus niet alleen plaats in de interactie tussen leraar en leerling (teacher-assessment), maar ook tijdens het samenwerken met klasgenoten (peer-assessment) en als leerlingen hun eigen prestaties beoordelen (self-assessment).

Feedback

Voor leraren is het zaak om in dit proces voortdurend te peilen wat leerlingen al weten en begrijpen. Immers, als je weet waar de leerlingen zijn in hun leerproces, kun je daar je individuele en klassikale feedback op afstemmen en het verloop van de les op aanpassen. Een leraar die werkt met formatieve assessment, stelt daarom doorlopend vragen. Niet alleen aan het begin van de les, maar ook tijdens en aan het eind van de les.

Feedback werkt het beste als leerlingen er direct iets mee kunnen doen. Maar vaak wordt feedback pas achteraf gegeven. Dan staat er bijvoorbeeld in een schrift: ‘Let er de volgende keer op dat je alinea’s maakt.’ Maar als die ‘volgende keer’ nog weken weg is, is de feedback allang weer vergeten. Daarom is het belangrijk dat  feedback al tijdens de les te geven, zodat leerlingen de nieuwe inzichten direct kunnen toepassen.

Dat kun je bijvoorbeeld doen door een time-out in te lassen tijdens de les. Je pakt het werk van een willekeurige leerling en toont dat aan de rest van de klas, bijvoorbeeld met een projector. Dan bekijk je samen wat er goed is en waar verbetering mogelijk is (met behulp van de succescriteria). Zo hebben alle leerlingen weer direct voor ogen wat de bedoeling is. Ze kunnen de feedback meteen toepassen in hun eigen werk en zien hoe het beter wordt. Op deze manier hebben alle leerlingen het idee dat ze groeien. Ze zien dat ze leren. Dat heeft een zichtbaar positief effect op de resultaten. Een van de leraren:

“Ik heb gemerkt dat de impact van formatieve assessment enorm is. Ik heb een uitdagende groep – op het gebied van prestaties, gedrag en allerlei andere gebieden.Maar als ik zie hoe ze vooruit zijn gegaan, hoe hun leren is verbeterd: dat is ongelofelijk.Dit zijn kinderen waar we drie of vier jaar geleden nooit zulke hoge verwachtingen van hebben gehad. Ik ben me ervan bewust dat het onderwijs te maken krijgt met telkens weer nieuwe initiatieven. En ik heb van alles geprobeerd. Maar dit is wat écht impact heeft gehad op mijn klas.”